Srebrenica: klap in het gezicht van Nederland

Haagse politiek en volkerenmoord 

Afgelopen week heb ik de documentaire ‘Aanklacht tegen het opperbevel’ gezien, dat verslag doet van de val van deze moslimenclave in juli van het jaar 1995. Al veel langer heb ik het gevoel dat achter het drama van Srebrenica een beerput zit.  Je herinnert je vast die mislukte filmrolletjes nog. De documentaire laat alleen de aanklagers aan het woord, maar het beeld is desondanks schokkend. Zo zelfs dat het, net als met Fortuyn in 2002, een klap is in het gezicht van Nederland. Nederland is niet langer vertrouwd en niet meer geloofwaardig. 

Eigen belang 

De documentaire laat zien hoe onze politici hun politieke belangen voorop stellen, ook al dreigt er een genocide. Stelselmatig nemen de politiek en de legerleiding (en de laatste waarschijnlijk onder druk van de politiek) hun verantwoordelijkheid niet. Keer op keer wordt het belang van onze eigen blauwhelmen boven het belang van meer dan 8.000 kansloze moslims gesteld. En dat vooral omdat in het geval dat onze jongens en meisjes zouden sneuvelen, de heren politici een uitermate lastig verhaal te vertellen zouden hebben aan het Nederlandse volk. 

Politiek gebaar 

De politiek besloot destijds internationaal goede sier te gaan maken door een Nederlandse missie uit te zenden naar Srebrenica. Een nieuw legeronderdeel – de luchtmobiele brigade – kon dan tevens in het zonnetje worden gezet. Maar de luchtmobiele brigade was licht bewapend en onervaren. En bovendien mentaal niet opgewassen tegen zo’n missie. Het lijkt erop dat de Nederlandse regering destijds gehoopt heeft dat het allemaal niet zo’n vaart zou lopen. Missie afwerken en snel naar huis. Maar het liep anders.  

 De Serviërs onder aanvoering van de schurk Ratko Mladic hadden duidelijke plannen met Srebrenica. De Canadezen die ons voorgingen hadden ons daarvoor al gewaarschuwd. Bovendien konden die plannen versneld worden uitgevoerd toen bleek dat Dutchbat de Serviërs geen strobreed in de weg zou leggen.  

Geen luchtsteun 

Als de dreiging steeds serieuzer wordt, wordt duidelijk waar het bij de Nederlandse regering om draait. Tot zeven maal toe wordt een verzoek om luchtsteun door de Nederlandse generaal Nicolaï  geweigerd. Het argument daarbij was dat niet aan de voorwaarden werd voldaan. Dutchbat werd niet beschoten en er werd niet gebombardeerd. Zo creëerde de regering en de legerleiding hun eigen voorwaarden, want de missie en het mandaat vanuit de VN waren duidelijk: Dutchbat moest de moslims beschermen en mocht zich daarbij van het luchtsteunwapen bedienen.  

In de kelder 

Pas het achtste verzoek wordt gehonoreerd door de Franse generaal Janvier (en onze regering maar doen alsof het aan de Fransen heeft gelegen). Als F-16 straaljagers beginnen met het onder vuur nemen van Servische stellingen, gebeurt in Den Haag het ongelofelijke. Daar zitten in de kelder de minister president Kok, minister van defensie  Voorhoeve en minister van buitenlandse zaken Van Mierlo. Ze weten niet hoe snel zij de VN er van moeten overtuigen de luchtaanvallen te stoppen, bang als ze zijn dat de gegriefde Serviërs onze jongens en meisjes wat aan zullen doen. Van Mierlo belt zijn Duitse collega Kinkel en verzekert hem dat het er stevig aan toe gaat, maar dat de zaak onder controle is. Een uur later moet Van Mierlo opnieuw bellen om te melden dat de enclave gevallen is, hetgeen een woede-uitbarsting van de Franse president Chirac – daar op bezoek – ontlokt.  

Politiek belang boven genocide 

De rest van het verhaal kennen we. Meer dan 8.000 moslims worden door de Serviërs gedood, in sommige gevallen na eerst te zijn mishandeld of verkracht. Ik leef in een land waar politici kiezen voor hun eigen politieke belangen, zelfs als dat afgewogen wordt tegen de eerste genocide in Europa precies vijftig jaar na het einde van de tweede wereldoorlog. De veiligheid van Dutchbat wordt voorop gesteld, omdat politici anders in een uiterst lastig parket komen te zitten. Want de vraag was dan natuurlijk geweest: hoe kun je zo’n onervaren en veel te licht bewapend legeronderdeel nu naar zo’n gevaarlijk gebied sturen? Ja, leg dan maar eens uit dat het vooral een politieke geste was. 

We zijn het zat 

 Het stelselmatig niet nemen van de verantwoordelijkheid door Kok (weer hij), Voorhoeve en Van Mierlo is stuitend. Die verantwoordelijkheid gaat over het beschermen van de moslims, maar ook over het uitzenden van (te) jonge Nederlandse militairen, waarvan het zich laat raden dat velen daar tot op de dag van vandaag nog last van zullen hebben. Het is dit politieke klimaat in Nederland, dit onbetrouwbare handelen en onverantwoordelijke gedrag dat er voor zorgt dat heel veel Nederlanders, waaronder ik, het meer dan zat zijn. En dat gaan we nog merken, let maar op.

Tijdens het surfen op het internet kom ik een column van Pim Fortuyn tegen van 10 april 2002 (minder dan een maand voor zijn liquidatie), het onderwerp: Srebrenica. Deze heb ik pas gelezen nadat ik mijn eigen column had gepubliceerd. Maar Fortuyn en ik hebben dezelfde boodschap: de politiek verantwoordelijken moeten hun verantwoordelijkheid nemen.